De Maandeffectrapportage: alleen omdat het moet?

3 maart, 2020 -

Elke organisatie kent ze wel: de verplichte rapportages. Je moet ze met vaste frequentie opleveren zonder dat er een manager is die op deze rapportage zit te wachten. Het enige belang is het voorkomen van een boete. Of toch niet?

Zo beschikt het CBS in ruimte mate over sectorspecifieke, verplichte statistische rapportages. Voor de financiële sector is zij de samenwerking met DNB aangegaan. DNB is verantwoordelijk voor de waarneming van de financiële sectoren, de effectenstatistieken en het opstellen van de Nederlandse betalingsbalans en de internationale investeringspositie. De focus ligt daarbij op de betalingsbalans en de nationale rekeningen.

De Nederlansche Bank heeft midden 2019 aangekondigd de Maandeffectenrapportage (MER) te introduceren als verplichte rapportage. Op het eerste gezicht lijkt dit weinig nieuws. Dergelijke statistische informatie over effecten wordt nu uitgevraagd onder de zogeheten Directe Rapportage (DRA). Diepere bestudering leert dat, naast een ander formaat waarin gerapporteerd moet worden, er wijzigingen zitten in zowel informatie als definities. Er moeten dus bestaande informatiestromen worden aangepast. In het gunstigste geval alleen bij het generen van het uitvoerbestand. In veel gevallen gaat het proces van samenstellen van de rapportage er anders uitzien. Ik verwacht dat veel organisaties de onderliggende informatiestromen bijvoorbeeld niet hebben ingericht naar het onderscheid beursgenoteerd of niet.

Kortom, werk aan de winkel. Omdat het moet, niet omdat het kan. Toch? Tijd en capaciteit gaan bij voorkeur naar veranderinitiatieven waar de organisatie wel op zit te wachten. Dat is vaak de praktijk. Dit moet er “snel even bij” worden gedaan. Zonde is wel dat je hiermee een waardevol toetsmoment liggen.

Al onze partners zijn druk met het verder op orde brengen van hun informatiehuishouding met maar een doel: een informatievoorziening die op elk moment elke vorm van inzicht of verantwoording kan verschaffen en daarbij elke toets van volledigheid, juistheid en tijdigheid kan doorstaan. Zou het in die ultieme situatie niet makkelijk moeten zijn om de afsplitsing van MER van de DRA te operationaliseren? En waarom is dat nog niet het geval?

Een manier om te toetsen waar je informatiehuishouding staat, is aandacht geven aan de implementatie van de MER naast de DRA. Niet alleen om te voldoen aan de verplichting. Ook om scherp te krijgen waar in de structuur van de bestaande informatiehuishouding je verbeteringen kunt aanbrengen. Implementeer een korte termijnoplossing als het niet anders kan. Definieer tegelijkertijd de structurele oplossing. In een Agile werkende omgeving krijgt de gevonden verbetermogelijkheid prioriteit en een plek. Dit zou zonder een verplichte rapportage als de MER niet zijn gebeurd.

Zo levert een nieuwe rapportage, waar geen manager op zat te wachten, toch toegevoegde waarde. Hulp nodig bij het expliciet maken? Dan helpen we je graag.