Basel 4: Een frisbee en een set nieuwe kleren

01-12-15 / Henk-Jelle Reitsma

In 2013 publiceerden Anat Admati en Martin Hellwig het boek ‘The bankers new clothes’. Hierin fileren de twee vooraanstaande financieel economen de bancaire sector en het toezicht erop. Hun grootste pijnpunt is de kapitalisatie van banken, die zij als volstrekt ontoereikend beschouwen. De nieuwe, strengere eisen die wereldwijd zijn en worden geïntroduceerd helpen daarin niets – zelfs als je ‘volstrekt ontoereikend’ drie keer over de kop laat gaan blijft het bijna niets, zo betogen zij.

Admati en Hellwig wijzen erop dat bijna elke organisatie in elke sector ervoor zorgt dat er een stevige buffer is in werkkapitaal en eigen reserves, gewoon: voor de stabiliteit. Dat geldt helemaal voor niet-beursgenoteerde bedrijven waar het eigen geld van de managers erin zit. Dat maakt je wel voorzichtig, het is tenslotte je broodwinning. Daarbij geven de auteurs een aardig inzicht: tot circa de Tweede Wereldoorlog waren verreweg de meeste banken nog een vennootschap, met partners die hun eigen geld in de tent hadden zitten. Pas nadat dit losgekoppeld raakte, doordat banken en masse naar de beurs gingen om kapitaal op te halen, werd de leverage ratio veel hoger. Admati en Hellwig bepleiten een terugkeer naar een eigen vermogen van misschien wel 20 tot 30% van het balanstotaal. Argumenten die hiertegen worden gebruikt zijn legio: de noodzaak voor ‘return on equity’, de aanwezige mogelijkheid – omdat modellen steeds beter de risico’s van leningen en kredieten….

Verder lezen? Download het paper Basel 4: een frisbee en een set nieuwe kleren.

Deel:

Terug naar kennis